Vissenkom
maak jij de sprong van groep 8..
naar het VO? Kom bij ons!
Francine
Francine, brugklasleerling
"Ik vind de RSG een toffe school. Het gaat heel anders dan op de basisschool, maar met hulp van mijn mentor was ik snel gewend"
Lotte
Lotte en Tessa,
"Wat wij leuk vinden aan de RSG is dat er zoveel leuke activiteiten worden georganiseerd het hele jaar door"
Joeri
Joeri,
"Voor mij is de RSG een fijne en vertrouwde plek, waar ik me veilig voel"

'Startersinformatie'

Brugklassen op de RSG

De RSG Enkhuizen heeft voor de inrichting van het eerste leerjaar een aantal duidelijke keuzes gemaakt.In feite hebben we te maken met drie types brugklas: de heterogene brugklas (vmbo-tl – havo – vwo), de tto-klas = tweetalig onderwijs (havo – vwo) en de kleine brugklas (vmbo-tl).

 

De heterogene brugklas

De meeste kinderen komen in de heterogene brugklas. Deze klas is voor iedereen toegankelijk en hier worden leerlingen met verschillende

test en advies bij elkaar geplaatst. Je kunt een jaar lang laten zien wat je waard bent. De RSG is ‘een school die kansen biedt’ en een school die je gelegenheid wil geven om ‘je talent te ontplooien’. Aan het einde van het eerste jaar wordt bekeken of je naar vmbo-tl (=T2)havo (=H2)of atheneum (=A2) gaat.De meeste klassen hebben dus vmbo/gt – havo en vwo leerlingen in de groep. Een uitzondering wordt gemaakt voor de tto-klas (tto=tweetalig onderwijs) en de ‘kleine brugklas’. De tto- klas bestaat uit havo en vwo leerlingen en de ‘kleine brugklas’uit vmbo – leerlingen, waarvan nog niet helemaal duidelijk is of ze de beroepsgerichte of de theoretische richting moeten volgen.

  

De kleine brugklas

Naast de heterogeen samengestelde brugklassen heeft de RSG al jarenlang de zogenaamde ‘kleine brugklas’. Deze klas is bedoeld voor kinderen waarvan niet geheel duidelijk is of de theoretische dan wel de beroepsgerichte leerweg de beste keuze is.

De kenmerken van de kleine brugklas zijn:

  • De groepsgrootte bedraagt maximaal 18 leerlingen
  • Plaatsing vindt plaats in overleg met ouders/verzorgers en/of de groepsleerkracht van de basisschool.
  • Het doel is de leerlingen voor te bereiden op T2, maar bij goede resultaten is ook een overgang naar H2 mogelijk.

 

Stromen op de RSG

Om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerling kunnen alle leerlingen gedurende twee uur per week een speciale stroom kiezen die aansluit bij hun interesse. De gedachte hierachter is simpel: je leert met meer plezier als je dingen doet die je leuk vindt en waarin je je kunt verdiepen. Met plezier naar school gaan, komt de leerprestaties zeker ten goede.  

Leerlingen kunnen kiezen uit vier stromen; kunst en cultuur, Sport, Science en ICT en een Young Life stroom, die meer algemene onderwerpen aan de orde stelt. Leerlingen met een havo/vwo advies kunnen behalve voor een stroom ook nog voor tweetalig onderwijs (tto) kiezen.

De RSG heeft dus geen speciale sport- of cultuurklassen, maar leerlingen uit verschillende klassen komen gedurende de twee stroomuren per week bij elkaar te zitten vanwege hun speciale keuze. 

 

Bij aanmelding moet de leerling een 1e en een 2e keus opgeven voor de stroom die hij / zij graag wilt doen. We streven er namelijk naar om werkbare groepen te maken. Voor de leerlingen is dit van groot belang. De leerling kiest in principe een stroom voor minimaal één jaar en tussentijds overstappen is dus niet mogelijk. Verscheidene stromen kennen speciale activiteiten, waarvoor een extra ouderbijdrage wordt gevraagd. Leerlingen van de verschillende stromen zitten gewoon bij elkaar in de klas en komen tijdens de zogenaamde ‘stroomuren’ bij elkaar in de groep van hun keuze. Elke stroom heeft twee klokuren per week, waarin de leerling een soort specialisatie kiest. 

De RSG daagt jou uit om je talent te ontplooien en jezelf te ontwikkelen op een manier die bij jouw past! ''Leren op maat' noemen we dat tegenwoordig in het onderwijs!

Voor meer informatie kijk dan onder de kop: Talent / Stromen.

 

Wat betekent tto?

tto staat voor tweetalig onderwijs en houdt in dat naast het vak Engels, in ieder geval 50% van de andere vakken in het Engels wordt gegeven.

Om een misverstand uit de weg te ruimen: TTO is geen stroom. Een leerling kan kiezen voor TTO én een stroom!

 

Bij tweetalig onderwijs wordt in ieder geval minimaal 50% van de vakken in het Engels gegeven. Daarnaast heb je per week een uur extra voor projecten en EIO, oftewel European Studies. Door al die lessen in het Engels wordt deze taal voor jou een taal, waarin je je al heel vlug moeiteloos kunt uitdrukken.

Behalve dat de voertaal bij een aantal vakken Engels is, krijg je ook “anders” Engels. Je houdt je bezig met onderwerpen van over de hele wereld. Dat doe je in en buiten school!

Je hebt contact met leerlingen in het buitenland door middel van e-mail en internationale

uitwisselingen.

 

Waarom TTO?

Nederland is klein en heeft meer “buitenland” dan de meeste landen. Vanuit Enkhuizen zit je binnen enkele uren over de grens. Daarom is het zo belangrijk dat jij je ontwikkelt als wereldburger. De wereldtaal van dit moment is zonder twijfel Engels en voor toekomstige wereldburgers is een centrale rol voor Engels een “must”.

 

Voor welke leerlingen is TTO?

Je mag naar de TTO-klas met minimaal een Havo of een Havo/Vwo-test/advies*. Je bent helemaal geschikt voor TTO-onderwijs, als je uit bent op een extra uitdaging. Het is natuurlijk logisch dat je op de basisschool al goed moet zijn in Engels en dat je als “TTO-student” zeer gemotiveerd moet zijn. Een toelatingscommissie bepaalt of je tot TTO toegelaten kunt worden.

 

Waarvoor word je opgeleid met TTO?

Met TTO word je opgeleid voor het Nederlandse eindexamen Havo of Vwo. Daarnaast kun je in de bovenbouw aan een vorm van versterkt talenonderwijs deelnemen en zelfs aan University of Cambridge examens. Voor Havo kan je een internationaal erkend diploma in ‘Enterprise’ en ‘Business English’ halen en voor Vwo een diploma in ‘Global Perspectives’ en ‘Advanced’ of ‘Proficiency’ Engels . Met TTO ben je dus goed voorbereid op een vervolgopleiding in Nederland of in het buitenland en op het internationale bedrijfsleven.

Wij bieden je: “Education for Life!”

 

Zeer uitgebreide inormatie over tto kunt u vinden onder de kop: groep 8 info / tto of onder de kop International!

 

Wat zijn domeinen?

Het gebouw van de RSG kenmerkt zich door moderne ‘leerdomeinen’. In het domein zijn de traditionele lokalen verdwenen en hier worden de leerlingen van brugklas 1 tot en met de examenklas vertrouwd gemaakt met ‘zelfstandig leren’. In de domeinen zijn voor de leerlingen werkplekken ingericht waar individueel, maar ook in groepen gewerkt kan worden. De docenten en leerlingen worden in het domein bijgestaan door een onderwijsassistente die van 8.15 tot 16.30 uur aanwezig is. De leerdomeinen zijn uitgerust met moderne apparatuur, want de kennis en vaardigheden die leerlingen moeten verwerven beperken zich al jaren niet meer tot het leerboek en het klaslokaal.

Meer info hierover staat ook onder de kop: afdelingen.

 

Wat kost de brugklas?

In 2008 heeft de regering besloten dat de schoolboeken gratis worden verstrekt.

Waar u wel voor betaalt is het schoolfonds. Het schoolfonds dient ter bestrijding van de kosten die het Rijk niet subsidieert. Denk hierbij aan de aanschaf van verbruiksmaterialen voor de vakken techniek, tekenen, biologie, muziek en handvaardigheid. Ook worden uit dit fonds klassikaal gebruikte leesboeken betaald, alsmede proefwerkpapier en materiaal voor de mentorlessen. Het schoolfonds draagt bij in de kosten van excursies. De kosten voor het schoolfonds zijn € 75,- In dit bedrag zit ook de huur van een kluisje en een gevuld teken etui. Voor bepaalde stromen zal een extra bijdrage worden gevraagd, hierover wordt u via een aparte folder geïnformeerd.

Alle informatie over de kosten kunt u verder vinden onder de kop: algemeen / ouders& leerlingen / schoolkosten. 

 

Ziekte en lesuitval

Geen enkele school kan het zonder regels stellen. Een leerling die niet op tijd in het lokaal is, moet een ‘bonnetje’  halen bij de receptie. Wie zonder reden te laat komt, moet zich de volgende dag vroeger melden.

 

Ziekte

Wanneer een leerling ziek thuis blijft, dienen de ouders of verzorgers ‘s morgens naar school te bellen om dit te melden. Indien een leerling op school ziek wordt en naar huis gaat, wordt van de ouders meteen na thuiskomst een telefoontje verwacht. Op de eerste dag dat uw kind weer naar school gaat, neemt hij een briefje mee waarop staat vermeld welke dagen gemist zijn. Wilt u vrij vragen voor uw kind vanwege een bruiloft of een bezoek aan de huisarts dan dient u dat schriftelijk aan te vragen. Dat briefje levert uw kind in bij de conrector van de brugklas.

 

Lesuitval

Mocht een les uitvallen door ziekte van een leraar, dan wordt voor een vervanger gezorgd. In het geval dat er geen vervanger kan worden gevonden, wordt onder begeleiding een leesuur ingelast of gaan de leerlingen aan het werk in het leerdomein. Valt een eerste of laatste uur uit dan krijgen de leerlingen meestal vrijaf.

 

Telefoonketen

Een formulier met daarop een telefoonketen maakt het leerlingen mogelijk elkaar telefonisch door te geven dat een eerste uur uitvalt. Als bijvoorbeeld een leraar ziek is, belt hij voor 7.15 uur de eerste leerling van de telefoonketen op met de mededeling dat de klas het eerste uur vrij is. Deze leerling brengt dan de volgende twee klasgenoten op de hoogte en die op hun beurt ook weer twee. Binnen tien minuten weet de hele klas dat het eerste uur uitvalt.

 

Een school die helpt

Tijdens het ‘open huis’ stelt een grote groep ouders ieder jaar dezelfde vraag: ‘Hoe is het gesteld met de extra hulp op de RSG?’ Daarover dit.

Op de RSG is de extra hulp als volgt georganiseerd:

  • Interne begeleiding op sociaal emotioneel en gedragsmatig gebied.
  • Mentoruren.
  • Faalangsttraining voor leerlingen van B1.
  • RSG-vertrouwenspersoon en counselor.

 

Interne begeleiding

Leerlingen, die met een dyslexieverklaring op school komen krijgen een faciliteitenpasje op maat dat verandert naar gelang een leerling daar behoefte aan heeft. Ondersteuning voor een leerling met dyslexie is per leerling verschillend. Verder is er ondersteuning tijdens de flexuren voor alle brugklasleerlingen die vanuit de RSG gezien dit nodig hebben. Dit kan zijn voor begrijpend- of technisch lezen of spelling.

Zodra er sprake is van eventuele andere problematiek die door de mentor gesignaleerd wordt, dan kan de leerling in het interne of grote Zorg Advies Team (na schriftelijke toestemming van de ouder/ verzorger) besproken worden, waarna er actie volgt passend bij de problematiek.

Passend onderwijs

Ook leerlingen met bepaalde problematieken zoals ADHD, ADD, ASS etc. kunnen na overleg met school en ouders ondersteuning krijgen, waardoor zij passend onderwijs kunnen volgen. Dit moet wel binnen de mogelijkheden van een reguliere school liggen.

 

Wat is een FLEX - uur?

Flexibele werktijd; FLEX is inmiddels een bekend verschijnsel op de RSG. Eén keer per week is een flexuur ingeroosterd. Tijdens dit uur zijn drie klassen en vijf docenten in het domein aanwezig. Bij de ingang hangt een bord waarop je kunt zien van welk vak een docent present is.

Van tevoren kun je al kiezen voor welk vak je wilt gaan werken of waar je misschien wat extra hulp bij nodig hebt. Vaak zal je mentor of een vakleerkracht advies geven om een vak te kiezen, waar je moeite mee hebt of onvoldoende voor staat. 

Als er ruimte in het computergedeelte is, zijn er ook wel leerlingen die informatie opzoeken voor een werkstuk. Duidelijk is dat je de mogelijkheden van het flexuur goed moet benutten.

 

Lesrooster

De RSG werkt met een zogenaamd ‘blokkenrooster’. De lessentabel is zo opgesteld dat de uren een half jaar lang hetzelfde zijn. Het streven is dan ook om twee roosters te verstrekken. Dat lukt niet altijd, dan komt er een tussentijdse wijziging. De studiewijzers waarin precies staat wat je voor elk vak in een bepaald blok moet doen, sluiten precies aan op deze indeling in blokken. We hebben een 60-minuten rooster, dus we praten over klokuren. Na iedere twee uur is er een korte pauze. Soms heb je een half jaar bepaalde vakken niet. Over het jaar gemiddeld kom je toch aan het vastgestelde aantal uren voor een vak. Twee uur per week krijg je te maken met de’stroom­uren’, dan zit je in een andere groepssamenstelling en krijg je les in de stroom waarvoor je hebt gekozen. 

Het rooster is altijd in te zien via Magister. 

De vakantieplanningen en de jaarplanning kunt u terugvinden onder: algemeen / ouders & leerlingen

 

Wat is de rol van de mentor?

Een intensieve studiebegeleiding gedurende het gehele schooljaar is van groot belang. Tijdens het mentoruur heeft de mentor regelmatig

persoonlijk contact met uw kind. Het gesprek kan gaan over de vaklessen, het welbevinden op school of de resultaten. Natuurlijk zal ook gepraat worden over het huiswerk. Huiswerk is immers iets wat door de meeste leerlingen als een noodzakelijk kwaad wordt ervaren. Dat is logisch, want het huiswerk is een inbreuk op de vrije tijd. En in je vrije tijd wil je het liefst leuke dingen doen. Het is dan ook de kunst om

een evenwicht te vinden tussen deze beide zaken. Voor de grootste groep leerlingen is dit geen probleem. Maar er zijn ook leerlingen die moeilijk de discipline op kunnen brengen om direct uit school aan het werk te gaan. Zij zijn niet voor de televisie of de computer weg te branden en als zij eenmaal achter hun bureau zitten,

staren zij uren naar de bloemen op het behang.

Een gesprek met de mentor kan een leerling weer een tijd op het juiste spoor zetten.

 

In de mentorlessen wordt ook aandacht besteed aan studievaardigheden, oriëntatie op studie en beroep en andere zaken. In de bovenbouw krijgen de leerlingen opnieuw informatie over studievaardigheden. Speciale aandacht krijgt het ‘pesten’ op school. Dit fenomeen is zo oud als de wereld zelf, maar is te lang luchthartig weggeschoven als een probleem van ondergeschikt belang. De RSG is het daar niet mee eens. We beseffen dat pesten een hardnekkig probleem is, dat serieus aangepakt moet worden. 

 

De mentor van uw dochter of zoon onderhoudt het contact met thuis. In het geval van sociale problemen of slechte cijfers kunt u van de mentor een telefoontje of mail verwachten. Natuurlijk kunt u zelf ook contact opnemen met de mentor.

 

De mentor van de brugklassers komt bij u thuis, als u dat wenst (schrik niet, hij gaat ook weer weg!). Tussen november en maart gaan alle mentoren van B1 op ‘ouderbezoek’. De dag en de tijd worden ruim van te voren afgesproken. Door middel van het ouderbezoek probeert de RSG de afstand tussen school en thuis zo klein mogelijk te houden. 

De mentor praat met u over de eerste maanden van uw kind op de middelbare school. Natuurlijk kent de RSG ouderavonden. Na het eerste en tweede rapport kunt u als ouder aangeven welke docenten u wilt spreken. Deze spreekavonden vinden op school plaats en de gesprekken duren zeven minuten. Mocht u een docent langer willen spreken, dan is het raadzaam telefonisch of via de mail

met hem of haar contact op te nemen en een aparte afspraak te maken.

 

Faalangst

De overstap naar de middelbare school kan een drempel zijn. Een grote groep leerlingen gaat met de zenuwen in het lijf naar de middelbare school. Bang voor het onbekende, bang te mislukken. Bij de meeste kinderen is na een maand niets meer van die angst te bespeuren.

Maar anderen blijven gespannen. Zij twijfelen vooral aan

zichzelf. Wie aan een repetitie begint met de gedachte dat het toch niks wordt, krijgt inderdaad vaak gelijk. Deze leerlingen hebben de gelegenheid om deel te nemen aan de BOF-training. BOF = bewust omgaan met faalangst.

De RSG-vertrouwenspersoon en counselor

Bij klachten over omgang met elkaar, (seksuele) intimidatie, geweld, discriminatie kunt u contact opnemen met de mentor of conrector. In ernstige gevallen kunt u een afspraak maken met de RSG-vertrouwenspersoon of de counselor.

 

Stop pesten!!

Een van de fundamenten van onze school is de veiligheid die wij onze leerlingen willen bieden. Een veilige en open sfeer waarin iedereen zichzelf kan zijn en waar respect is voor anderen. Pesten voorkomen en aanpakken vinden wij als school daarom erg belangrijk. Een school die deze stellingname kiest, dient daar ook aandacht aan te besteden. Dat doen we in het mentoruur en door middel van individuele begeleiding. Tijdens het mentoruur komen de volgende onderdelen met betrekking tot pesten aanbod:

 

  • Klassengesprekken over pesten met de volgende vragen:
  • Wat is het verschil tussen pesten en plagen?
  • Waarom pesten kinderen hun klasgenoten?
  • Welke rollen zijn er allemaal als er gepest wordt?
  • Wat zijn de gevolgen van pesten voor het slachtoffer?
  • Films met als thema pesten zoals:
  • Cyberbully
  • Spijt
  • Meangirls
  • Gedrags- en rollenspellen zoals:
  • Gedragen gedrag
  • Stellingen over cyberpesten
  • Meidenvenijn
  • Het Behandelen van Cyberpesten

 

Cyberpesten is het pesten of misleiden via het internet en mobiele telefoon. Cyberpesten kan nog veel harder zijn dan pesten in het "gewone" dagelijkse leven. Dit komt omdat de daders gemakkelijk anoniem kunnen blijven en de reikwijdte van het internet heel groot is. Het pesten kan nu ook thuis doorgaan waar het veilig zou moeten zijn. Tegelijkertijd komen kinderen er op steeds jongere leeftijd mee in aanraking. Het gebruik van social media is de laatste jaren enorm toegenomen en niet meer weg te denken bij de jeugd. Daarom wordt er regelmatig aandacht besteed aan cyberpesten in het mentoruur.

 

Pestprotocol

Ondanks alle goede intenties, afspraken en gedragsregels, kan het voorkomen dat kinderen op school slachtoffer worden van pestgedrag.

Personeel van de school is alert op signalen die wijzen op pestgedrag. De ervaring leert dat wij niet altijd alles kunnen zien. Informeert u de

mentor daarom tijdig als u vermoedt dat uw kind wordt gepest. Waar nodig wordt de pestcoördinator geïnformeerd en treedt ons pestprotocol in werking. Het pestprotocol is terug te vinden in het handboek van de RSG.

 

De RSG website, wat voor informatie biedt die mij?

Waar staat de RSG voor en wat is het programma? Met de website hooppt de RSG een belangrijke functie te vervullen in het

contact met de groep die in wezen altijd buiten de school opereert: de ouders.

Zij kunnen via de website kennis nemen van wat er op school gebeurt en zij moeten uiting kunnen geven aan allerlei zaken die hen na aan het hart liggen.

 

It’s Learning speelt een actieve rol in de interactie tussen de leerling, de leerstof en de docent. Het is een prima middel om leerstof een extra dimensie te geven. Inmiddels bestaat de mogelijkheid voor ouders om de gegevens van hun kinderen in te zien (het rooster, absentiebriefjes, behaalde cijfers, spijbeldata). De site speelt nu al een belangrijke rol in het dagelijks leven van de school en de buitenwacht.

Als alle plannen zijn verwezenlijkt, wordt die rol alleen maar belangrijker en groter.

 

Een school voor ouders

Een school is er in de eerste plaats voor de leerlingen. Zij vormen het hart van het onderwijs. Desondanks durven we te stellen dat de RSG er ook voor de ouders is. Misschien is de drempel van de RSG hoger dan die van de basisschool, toch stelt de RSG prijs op een intensief contact met de vaders en moeders van de leerlingen. Hoe bevorderen wij dit?

 

Iedere maand publiceert de RSG een ‘nieuwsbrief’ om u op de hoogte te houden van belangrijke schoolzaken en belangrijke onderwijskundige ontwikkelingen. De RSG blijft bij de tijd. Op internet kunt u onze website vinden. Alles wat u over de RSG wilt weten, kunt u hier op uw gemak doorlezen.

 

Bent u zelf lang niet naar school geweest? Wel, de RSG nodigt u uit om weer eens plaats te nemen in de schoolbanken. In november organiseert de RSG voor de ouders van de brugklassers de ‘ouderlessen’. In de avonduren kunt u drie verschillende lessen volgen, zodat u aan den lijve ondervindt hoe het tegenwoordig op een middelbare school toegaat. De avonden zijn populair; verreweg de meeste ouders geven zich op! Het is onze bedoeling elke les precies zo te laten verlopen als een normale les. Dat betekent dat u bij te laat komen een bonnetje moet halen en dat u in de les de kans loopt aan de beurt te komen.